ECLI:NL:RBROT:2007:BB9242

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
259149 / F1 RK 06-884
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • De Groot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming moeder voor voortzetting medische behandeling minderjarige zonder gezamenlijke ouderlijke toestemming

De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen ouders over het gezamenlijk ouderlijk gezag en de toestemming voor medische behandeling van hun minderjarige kind. De moeder verzocht om alleen haar toestemming te laten gelden voor de voortzetting van de behandeling door de kinder- en jeugdpsychiater drs. M.J.M. Reusens, werkzaam bij de psychiatrische inrichting BAVO Europoort.

De vader maakte bezwaar tegen de behandeling door drs. Reusens, mede omdat hij werkzaam is bij dezelfde instelling en bezorgd was over inzage van het dossier door collega's. Tijdens de zitting werd drs. Reusens telefonisch gehoord, die bevestigde dat hij vanwege het ontbreken van gezamenlijke toestemming de behandeling had gestaakt, maar het noodzakelijk achtte dat de behandeling werd voortgezet vanwege de vertrouwensrelatie met het kind.

De rechtbank oordeelde dat de bezwaren van de vader niet opwegen tegen het belang van voortzetting van de behandeling. Daarom werd bepaald dat in plaats van gezamenlijke toestemming, de moeder alleen bevoegd is om toestemming te verlenen voor de behandeling door drs. Reusens. De arts mag met toestemming van de moeder de behandeling voortzetten zonder toestemming van de vader.

Uitkomst: De moeder krijgt alleen toestemming om de behandeling van de minderjarige voort te zetten zonder gezamenlijke toestemming van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 14 november 2007
Zaak- / Rekestnummer: 259149 / F1 RK 06-884
Beschikking in de zaak van:
[vader], de vader,
wonende te [woonplaats],
procureur mr. J.M. Peet,
t e g e n
[moeder], de moeder,
wonende op een bij haar procureur bekend adres,
procureur voorheen mr. J.J.A. Bosch, thans mr. M.C. Houwing.
Het verloop van de procedure
De vrouw heeft ter zitting van 11 oktober 2007 aan de kinderrechter een geschil voorgelegd in de zin van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek.
De vaststaande feiten
Partijen zijn de ouders van de m[minderjarige]jarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [woonplaats].
Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.
De stellingen van partijen
De vrouw stelt dat de vader kortgeleden de behandelende kinder- en jeugdpsychiater van
[minderjarige], drs. M.J.M. Reusens, werkzaam bij de psychiatrische inrichting BAVO Europoort, niet langer met haar gezamenlijk toestemming verleent om [minderjarige] verder te behandelen. Zij verzoekt te bepalen, dat haar toestemming alleen toereikend is om de behandeling door drs. Reusens te laten voortzetten.
De vader heeft verweer gevoerd. Hij stelt dat drs. Reusens en hij beiden werkzaam zijn bij de psychiatrische inrichting BAVO Europoort, hetgeen hij bezwaarlijk vindt. Hij vindt het verder bezwaarlijk dat zijn collega’s van de BAVO het dossier van zijn zoon zouden kunnen inzien, nu [minderjarige] bij de BAVO onder behandeling is.
De kinderrechter heeft ter zitting telefonisch drs. Reusens gehoord.
Drs. Reusens heeft verklaard, dat hij een brief heeft ontvangen van de raadsman van de va-der waarin geëist werd dat hij stopte met de behandeling van [minderjarige]. Omdat de vader mede het ouderlijk gezag over [minderjarige] heeft, is hij wegens het ontbreken van de gezamenlijke toe-stemming thans inderdaad gestopt met de behandeling. Drs. Reusens verklaart, dat het nood-zakelijk is dat [minderjarige] verder wordt behandeld. Het is aangewezen, dat de behandeling door hem wordt voortgezet, nu [minderjarige] een vertrouwensrelatie met hem heeft opgebouwd en [minderjarige] een persoon is, die zeer moeilijk iemand leert vertrouwen.
De vader werkt binnen de BAVO op een andere locatie. Anders dan waarvan hij aanvanke-lijk uitging, is er aldus voldoende distantie en geen beletsel voor behandeling.
Drs. Reusens verklaart verder dat het niet op zijn weg als behandelaar ligt een standpunt in te nemen in de omgangskwestie. Hij merkt op, dat daarvoor de Raad voor de Kinderbe-scherming en de kinderrechter de aangewezen instanties zijn.
De beoordeling
De rechtbank is, naar aanleiding van het verhoor van partijen en van drs. Reusens, van oor-deel dat de bezwaren van de vader tegen voortzetting van de behandeling door drs. Reusens, gelet op het grote belang van voortzetting van de behandeling door drs. Reusens, niet voor honorering in aanmerking komen. De rechtbank zal derhalve bepalen dat met betrekking tot de behandeling van de minderjarige door drs. Reusens, in plaats van de gezamenlijke toe-stemming van de ouders, de toestemming van alleen de moeder volstaat.
De beslissing
Geeft -in de plaats van de gezamenlijke toestemming van partijen-, aan de moeder alleen toestemming om de behandelend arts voor behandeling van de minderjarige in te schakelen. Bepaalt, dat de behandelend arts met deze toestemming van de moeder alleen gerechtigd is de behandeling voort te zetten.
Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Groot, rechter tevens kinderrechter, in bijzijn van mr. Brito, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld door indiening van een beroep-schrift door tussenkomst van een procureur ter griffie van het Gerechtshof te Den Haag.
Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of ver-zonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de be-schikking; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.