ECLI:NL:RBROT:2007:BB8196
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling kredietlimietoverschrijding en kredietvergoeding aan bank toegewezen
In deze zaak vordert ABN AMRO betaling van een bedrag van €31.893,83 van gedaagde wegens overschrijding van de kredietlimiet en het niet voldoen van termijnbedragen. Gedaagde had de kredietlimiet van €20.000,00 met meer dan 5% overschreden en ondanks waarschuwingen en ingebrekestellingen niet aangezuiverd.
ABN AMRO stelde dat zij gerechtigd was de kredietovereenkomst te beëindigen op grond van artikel 6 van Pro de overeenkomst en dat de vordering vervroegd opeisbaar was op basis van artikel 10 van Pro de kredietovereenkomst, conform de Wet op het Consumentenkrediet (WCK). Gedaagde voerde onder meer eigen schuld aan en stelde dat de bank onrechtmatig had gehandeld door krediet boven de limiet te verstrekken en dat het rentepercentage te hoog was.
De rechtbank oordeelde dat ABN AMRO een zorgplicht heeft jegens haar cliënten en dat deze niet was geschonden. De overschrijding was mede aan gedaagde toe te rekenen. Het beroep op nietigheid van de overeenkomst en het te hoge rentepercentage faalden omdat de wettelijke bepalingen van de WCK niet waren overtreden.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met de overeengekomen rente binnen de wettelijke grenzen, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €31.893,83 aan ABN AMRO met rente en proceskosten.