ECLI:NL:RBROT:2007:BB7618
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- J. Sap
- H.L. de Gruijl-van Benthem
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens ontbreken van partijdigheid
Verzoekster heeft bij brief van 24 januari 2007 een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de comparitie van partijen leidde in een civiele procedure. Verzoekster stelde dat de rechter vanaf het begin van de comparitie een vooringenomen houding had ten opzichte van haar en dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om haar standpunten toe te lichten.
Tijdens de zitting van 9 februari 2007 zijn de standpunten van verzoekster, haar gemachtigde en de rechter nader toegelicht. De rechter heeft betwist dat er sprake was van partijdigheid en heeft gesteld dat partijen voldoende gelegenheid hadden gekregen om hun standpunten uiteen te zetten. De comparitie duurde circa anderhalf uur en werd geschorst om partijen de mogelijkheid te geven een minnelijke regeling te treffen.
De rechtbank overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor vooringenomenheid. Uit het dossier en de zitting blijkt dat de rechter kritische vragen stelde en opmerkingen maakte zonder partijdig te zijn. De klachten van verzoekster betreffen vooral de bejegening, maar deze is niet zodanig dat er sprake is van subjectieve of objectieve partijdigheid.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond en wordt het afgewezen. De beslissing is op 16 februari 2007 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam genomen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.