ECLI:NL:RBROT:2007:BB7417
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering boete wegens beperkte onttrekking parkeerterrein aan openbaarheid
In deze zaak heeft [X] de Gemeente Westvoorne aangesproken wegens het niet nakomen van de verplichting om een parkeerterrein openbaar te houden, zoals vastgelegd in een boetebeding in de leveringsakte van 1995. [X] stelde dat het terrein aan de openbaarheid was onttrokken doordat het buiten winkelopeningstijden was afgesloten met een hekwerk, en vorderde betaling van een boete van € 90.756,04 plus rente en buitengerechtelijke kosten.
De Gemeente voerde verjaring aan en betwistte dat het terrein aan de openbaarheid was onttrokken, of stelde dat slechts sprake was van een beperkte onttrekking die geen boete rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat de brief uit 1998, waarin een aanmaning werd gedaan, niet gericht was aan de Gemeente zelf, waardoor de vraag van verjaring in het midden kon blijven omdat de vordering toch zou worden afgewezen.
De rechtbank gaf een redelijke uitleg aan het begrip 'aan de openbaarheid onttrekken' en stelde dat een terrein niet volledig voor iedereen toegankelijk hoeft te zijn op ieder moment om openbaar te zijn. Het feit dat het terrein buiten winkeluren werd afgesloten wegens vandalismepreventie deed geen afbreuk aan het openbaar karakter. Daarom was geen boete verschuldigd.
Ook de subsidiaire vorderingen wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking werden afgewezen omdat geen schade of verarming was vastgesteld. De proceskosten werden aan [X] opgelegd. In de vrijwaringszaak werd de vordering van de Gemeente tegen Voorne OG eveneens afgewezen en werden de kosten aan de Gemeente opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van [X] tot betaling van de boete af en veroordeelt hem in de proceskosten.