ECLI:NL:RBROT:2007:BB6077
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgtochtovereenkomsten wegens ontbreken toestemming echtgenote
In deze civiele zaak stond centraal of de borgtochtovereenkomsten die [gedaagde] met de Rabobank was aangegaan rechtsgeldig waren, nu hij deze zonder toestemming van zijn echtgenote had gesloten. De Rabobank stelde dat de borgstellingen waren aangegaan ter zekerheid van een krediet dat onontbeerlijk was voor de normale bedrijfsuitoefening van Pits B.V.
De rechtbank stelde vast dat de Rabobank onvoldoende concreet had gemaakt dat het krediet daadwerkelijk ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening was, mede gezien de ruime formulering van de borgstellingen die ook toekomstige kredieten omvatten. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro van toepassing was.
Omdat de hoofdregel van artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro geldt, was toestemming van de echtgenote vereist. Deze toestemming ontbrak en de echtgenote had rechtsgeldig de vernietiging van de borgtochtovereenkomsten ingeroepen. De Rabobank kon haar vordering daarom niet baseren op deze borgtochtovereenkomsten en de rechtbank wees de vordering af.
De Rabobank werd veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde]. De overige verweren van [gedaagde] bleven onbesproken.
Uitkomst: De vordering van de Rabobank wordt afgewezen wegens ontbreken van toestemming echtgenote voor de borgtochtovereenkomsten.