ECLI:NL:RBROT:2007:BB4233
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering school ouderbijdrage wegens niet-naleving wettelijke vereisten
Een school vordert betaling van de ouderlijke bijdrage voor een minderjarig kind van de ouders, gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst die door de ouders is ondertekend. De overeenkomst bevat bepalingen over de vrijwillige aard van de bijdrage en een reglement met onder meer een reductie- en kwijtscheldingsregeling.
De ouders stellen dat zij de overeenkomst onder dwang hebben getekend, omdat anders het onderwijs van hun dochter zou worden beëindigd, en dat de bijdrage vrijwillig is en niet afdwingbaar. De kantonrechter stelt vast dat de toelating tot de school niet afhankelijk is gesteld van betaling en verwerpt het dwangverweer.
Echter, de overeenkomst voldoet niet aan de strenge eisen van artikel 40 van Pro de Wet op het Primair Onderwijs, omdat de reductie- en kwijtscheldingsregeling onvoldoende is uitgewerkt en niet duidelijk in de overeenkomst is opgenomen. Hierdoor is de overeenkomst nietig en kan de vordering niet worden toegewezen. De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt de school in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de ouderbijdrage wordt afgewezen wegens nietigheid van de overeenkomst.