ECLI:NL:RBROT:2007:BB3138
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Essen
- Van der Ven
- Van den Enden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair ten laste gelegde; veroordeling voor bedreiging en zware mishandeling met gevangenisstraf en schadevergoeding
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 augustus 2007 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die werd verdacht van bedreiging en zware mishandeling van zijn vriendin. Het primair ten laste gelegde feit werd niet bewezen verklaard, waardoor de verdachte daarvan werd vrijgesproken.
Wel werd wettig en overtuigend bewezen verklaard dat de verdachte zijn vriendin op 7 mei 2006 met een mes heeft bedreigd en haar zodanig heeft mishandeld dat zij een gebroken rib opliep. Diverse deskundigen rapporteerden dat de verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken, maar er was geen eenduidig advies voor terbeschikkingstelling met dwangverpleging vanwege onvoldoende overtuiging over het veiligheidsrisico.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn werk en woonstabiliteit, en legde een gevangenisstraf van 14 maanden op. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend aan de benadeelde partij. Ook werd de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf van één maand gelast vanwege het plegen van nieuwe strafbare feiten binnen de proeftijd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf en €500 schadevergoeding voor bedreiging en zware mishandeling; vrijspraak primair ten laste gelegde.