ECLI:NL:RBROT:2007:BB1556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Verdeling overwaarde echtelijke woning en kinderbijdrage bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen en hebben drie minderjarige kinderen. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding en de verblijfsplaats van de kinderen bij de vrouw toe. Over de omgangsregeling wordt een regeling getroffen waarbij de man de kinderen om de veertien dagen op zondag ontvangt, en dit uitbreidt zodra hij over eigen woonruimte beschikt.
De vrouw woont in de echtelijke woning die zij heeft gekocht en die eigendom van haar is. De man betwist niet dat de vrouw meer belang heeft bij voortgezet gebruik van de woning. De rechtbank bepaalt dat de vrouw het gebruik van de woning en inboedel gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking mag voortzetten.
De man is gehouden een kinderbijdrage van €160 per maand per kind te betalen, vermeerderd met eventuele wettelijke toeslagen, gebaseerd op het netto gezinsinkomen en de NIBUD-tabel. De rechtbank oordeelt dat de overwaarde van de woning, die mede door gezamenlijke lasten is opgebouwd, gelijkelijk tussen partijen moet worden verdeeld, ondanks het ontbreken van gemeenschap van goederen. De zaak wordt aangehouden voor verdere afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de echtscheiding toe, stelt de omgangsregeling en kinderbijdrage vast en bepaalt dat de overwaarde van de woning gelijkelijk wordt verdeeld.