ECLI:NL:RBROT:2007:BB0280
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. de Gruijl-van Benthem
- S.W. Kuip
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter in gezagszaak
Op 8 juni 2007 ontving de rechtbank Rotterdam een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontheffing van het ouderlijk gezag over een minderjarig kind. Tijdens de mondelinge behandeling op 26 juni 2007 wrakende de gemachtigde van verzoeker de behandelend kinderrechter vanwege vermeende onpartijdigheid.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond. Argumenten zoals het niet toelaten van de partner van verzoeker tot de zitting, het ontbreken van bepaalde uitspraken in het proces-verbaal en het samenvoegen van zaken zonder kennisgeving, werden niet als zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid beoordeeld.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker niet op de hoogte was van de gelijktijdige behandeling van twee zaken, maar hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af. Gezien eerdere wrakingsverzoeken door verzoeker en het belang van een spoedige beslissing voor het kind, werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.