ECLI:NL:RBROT:2007:BA6232
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Stolle
- J.H. Janssen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inverzekeringstelling wegens verzuim bij machtiging en melding
De rechtbank Rotterdam heeft op 1 juni 2007 uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling van verdachte. Het dossier bevatte geen geldige machtiging tot binnentreden voor het pand waar verdachte werd aangehouden, terwijl in het proces-verbaal ten onrechte werd verwezen naar een dergelijke machtiging. Tevens werd de piketcentrale pas bijna 18 uur na de inverzekeringstelling geïnformeerd, wat in strijd is met art. 40 lid 2 Sv Pro.
Verdachte had tijdens het verhoor tweemaal om een advocaat gevraagd en zich beroepen op zijn zwijgrecht. Door het verzuim bij de machtiging en de late melding is de inverzekeringstelling onrechtmatig en had verdachte onmiddellijk in vrijheid moeten worden gesteld. Desondanks is verdachte rauwelijk in bewaring gesteld op grond van een vordering tot inbewaringstelling, gelet op de ernst van de strafbare feiten en onderzoeksgronden.
De rechtbank benadrukt dat het verzuim bij het bevel tot toepassing van het vrijheidsbenemende dwangmiddel in strikt juridische zin onmiddellijke invrijheidstelling tot gevolg heeft, maar dat deze situatie onwenselijk is omdat het verzuim feitelijk zonder rechtsgevolg blijft. De belangen van verdachte bij spoedige rechtsbijstand zijn hierdoor geschaad, ondanks dat hij geen bewoner was van het pand waar de machtiging ontbrak.
De raadsman van verdachte wees op mogelijke vergissingen in het dossier, maar dit doet niet af aan het ontbreken van een juiste machtiging en de late melding. De rechtbank concludeert dat de inverzekeringstelling onrechtmatig was en dat verdachte formeel onmiddellijk in vrijheid had moeten worden gesteld, hoewel feitelijk tot inbewaringstelling is overgegaan.
Uitkomst: De inverzekeringstelling van verdachte is onrechtmatig verklaard en verdachte had onmiddellijk in vrijheid moeten worden gesteld.