ECLI:NL:RBROT:2007:BA4446
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisvestingsvergunning wegens strijd met Huisvestingswet en Algemene Wet Gelijke Behandeling
Eiser heeft bij de gemeente Rotterdam een huisvestingsvergunning aangevraagd die werd afgewezen omdat zijn huishoudinkomen in 2004 te laag was in verhouding tot de huurprijs van de woning. De gemeente baseerde dit op bepalingen uit de Huisvestingsverordening 2003 (HVV 2003), met name artikel 2.1.7, waarin inkomenscriteria worden gehanteerd om woonruimte toe te wijzen.
De rechtbank overweegt dat de Huisvestingswet (Hw) primair gericht is op een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte en dat overheidsingrijpen alleen gerechtvaardigd is bij onevenwichtigheden die kansarmen benadelen. Het doel van artikel 2.1.7 HVV 2003 is echter het bevorderen van een evenredige spreiding van inkomensgroepen binnen een woonwijk, wat niet strookt met de Hw. Hierdoor is deze bepaling onverbindend.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de bepalingen in strijd zijn met artikel 7 van Pro de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB), omdat zij onderscheid maken bij het verlenen van toegang tot woonruimte zonder voldoende rechtvaardiging. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de gemeente om opnieuw te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de huisvestingsvergunning wordt vernietigd en de gemeente dient opnieuw te beslissen.