ECLI:NL:RBROT:2007:BA3915
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over brandschade en verzwijging strafrechtelijk verleden
Eisers vorderen vergoeding van schade als gevolg van een brand in hun woning op 23 april 2005, gedekt onder hun inboedel- en woonhuisverzekering. De verzekeraar weigert uitkering vanwege vermeende verzwijging van een strafrechtelijk verleden door de verzekerde bij het aangaan van de verzekering.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeraar voldoende heeft gesteld omtrent het strafrechtelijk verleden en het niet melden daarvan, waardoor de bewijslast bij eisers ligt om dit te weerleggen. Eisers krijgen de gelegenheid om nader te onderbouwen dat er geen sprake is van verzwijging. Tevens wordt aandacht besteed aan het verweer van merkelijke schuld, waarbij de verzekeraar stelt dat de verzekerde willens en wetens de brand heeft veroorzaakt, terwijl eisers een geestelijke stoornis en pathologisch drankgebruik aanvoeren als verweer.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid nadere stukken en onderbouwingen te overleggen, waaronder medische gegevens en juridische motieven. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele afhandeling.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst partijen naar een rolzitting voor nadere onderbouwing en reactie.