ECLI:NL:RBROT:2007:BA3357
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Grampel
- Van ’t Hul
- De Vreede
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige bedreiging van politici en instellingen met terroristische dreigingen
De verdachte heeft tussen 2004 en 2006 herhaaldelijk e-mails gestuurd waarin hij politici, bedrijven, media en hun medewerkers bedreigde met de dood, onder meer met onthoofding en zelfmoordaanslagen, zogenaamd namens Al Qaida. Deze bedreigingen betroffen onder meer lokale en landelijke politici zoals de Tweede Kamerleden Wilders en Hirsi Ali, medewerkers van bedrijven betrokken bij politieke kwesties, en mediaredacties.
Hoewel de verdachte ontkende de bedoeling te hebben gehad om Wilders en Hirsi Ali te verhinderen hun parlementaire taken uit te oefenen, oordeelde de rechtbank dat het oogmerk om hen te intimideren en hun politieke werkzaamheden te belemmeren wel bewezen was. De rechtbank sprak hem echter vrij van het voltooide delict omdat niet bewezen kon worden dat hij daarin was geslaagd, maar achtte wel de poging wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank nam mee dat de bedreigingen grote impact hadden op de slachtoffers, waaronder intensieve persoonsbeveiliging en ernstige belemmering in het functioneren. Ook de maatschappelijke onrust en de ernst van de bedreigingen, verspreid over een lange periode, werden zwaar meegewogen. Gedragsdeskundigen concludeerden dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was.
Gelet op de ernst, omvang en gevolgen van de feiten, en het feit dat verdachte pas stopte na zijn aanhouding, legde de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaar op, met aftrek van voorarrest. De verdachte werd vrijgesproken van de voltooide pogingen tot belemmering van parlementaire taken, maar veroordeeld voor de overige bedreigingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor langdurige bedreiging van politici en instellingen met terroristische dreigingen.