ECLI:NL:RBROT:2007:BA3252
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- L.A.C. van Nifterick
- D.C.J. Peeck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter in ondertoezichtstelling zaak
In deze wrakingszaak heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de behandeling van zijn zaak door de kinderrechter, mede vanwege vermeende nevenfuncties en vermeende vooringenomenheid. Verzoeker stelde dat de rechter onpartijdigheid zou missen door haar betrokkenheid bij de raad voor de kinderbescherming en andere functies, en door haar handelen in eerdere procedures.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de door verzoeker aangevoerde gronden onvoldoende concreet en onvoldoende onderbouwd zijn. Ook is vastgesteld dat de rechter uit hoofde van haar functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit tegendeel bewijzen.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake is van subjectieve of objectieve partijdigheid en dat de argumenten over nevenfuncties niet tijdig zijn ingebracht en daarom buiten beschouwing blijven. Ook het verzoek om aanhouding van de zaak werd terecht afgewezen.
De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking van de rechter af en bevestigde daarmee de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter in deze procedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.