ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8541
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- J.W. Klein Wolterink
- M.J.A.M. Ahsmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter in spoedplaatsingszaak minderjarigen
In deze zaak werd op 28 december 2006 een spoedverzoek tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen behandeld, ingediend door Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam. Verzoekster diende vervolgens een wrakingsverzoek in tegen de rechter die deze zaak behandelde, stellende dat de rechter onrechtmatig had gehandeld door een persoon zonder machtiging van de stichting toe te laten en dat er sprake was van rechtsongelijkheid in de behandeling van bewijs en betrokken personen.
De wrakingskamer heeft het dossier en verschillende schriftelijke stukken bestudeerd en de standpunten van verzoekster en de rechter gehoord. De rechter had de aanwezigheid van een medewerker van Bureau Jeugdzorg geaccepteerd ondanks het ontbreken van een expliciete machtiging, omdat hij haar kende en aannam dat zij aan de stichting verbonden was. Verzoekster stelde dat dit tot partijdigheid leidde en dat de rechter de door haar aangedragen arts anders behandelde.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking slechts kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden die zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. Er was geen definitieve beslissing genomen over de ontvankelijkheid van het spoedverzoek en geen feiten die een dergelijke vooringenomenheid aannemelijk maakten. Het toelaten van de medewerker zonder machtiging was begrijpelijk en niet onpartijdig. Ook was er geen sprake van rechtsongelijkheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.