ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6477
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling na intrekking vordering bij schuldsanering
In deze civiele procedure troffen eiseres sub 1 en sub 2 gedaagde met een vordering die kort na dagvaarding werd ingetrokken. Kort na dagvaarding werd eiser sub 1 toegelaten tot de wettelijke schuldsanering (WSNP), hetgeen aanleiding gaf tot intrekking van de vordering door eiseres sub 2. De rechtbank oordeelde dat gedaagde recht heeft op een proceskostenveroordeling ten aanzien van eiseres sub 2, omdat de intrekking van de vordering geheel in de sfeer van eiseres lag en zij geen toelating tot de WSNP had.
De rechtbank wees echter af dat eiseres sub 1 ook proceskosten moest betalen, omdat gedaagde die kosten aan zichzelf te wijten had gemaakt door zonder overleg met de procureur van de wederpartij kosten te maken terwijl reeds bekend was dat eiser sub 1 was toegelaten tot de WSNP. De rechtbank benadrukte dat van de procureur van eisers verwacht mocht worden dat zij na het vonnis tot schuldsanering overleg zou plegen over het voortzetten van de procedure.
De rechtbank veroordeelde daarom eiseres sub 2 tot betaling van een redelijke en billijke proceskostenvergoeding van in totaal €526,- aan gedaagde. De vordering werd verder afgewezen en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiseres sub 2 wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde na intrekking van haar vordering.