ECLI:NL:RBROT:2006:AZ5730
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens huurachterstand en geschil over gebreken en schadevergoeding
De verhuurster, de Gemeente Rotterdam (OBR), vordert betaling van achterstallige huur van de huurder die betaling opschort vanwege vermeende tekortkomingen van OBR, waaronder geluidsoverlast, waterschade en niet-nakoming van afspraken. De huurder vordert tevens schadevergoeding en partiële ontbinding van de huurovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de huurder het risico van geluidsoverlast en vergunningen draagt, dat OBR niet tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat de opschorting van huur niet gerechtvaardigd is. Wel erkent de rechtbank dat lekkage in het grandcafé het huurgenot heeft verminderd, maar dat OBR hiervoor reeds een vergoeding heeft gegeven.
De rechtbank wijst de ontbinding van de huurovereenkomst toe wegens de huurachterstand, veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van de achterstallige huur minus de vergoeding, en wijst een schadevergoeding toe aan de huurder voor wateroverlast in de Maashal. Andere vorderingen van de huurder worden afgewezen. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten in reconventie.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, en OBR veroordeeld tot schadevergoeding voor wateroverlast.