ECLI:NL:RBROT:2006:AZ5360
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over erfgrens: gedeeltelijke toewijzing vordering verwijdering schutting, tuinhuisje en bestrating
In deze zaak staat een burengeschil centraal over de erfgrens tussen twee percelen grond. Eiser stelt dat de door gedaagde geplaatste schutting, het tuinhuisje en de nieuwe bestrating deels op zijn perceel liggen en vordert verwijdering en herstel in de oude toestand. Gedaagde betwist dit en voert onder meer aan dat zij de grond door extinctieve verjaring heeft verkregen.
De rechtbank stelt vast dat de schutting en een gedeelte van het tuinhuisje inderdaad op het perceel van eiser staan, maar dat gedaagde deze strook grond al meer dan twintig jaar bezit. Hierdoor is de vordering tot verwijdering van deze zaken verjaard en heeft gedaagde het eigendom door verjaring verkregen. De vordering tot verwijdering van de schutting en het tuinhuisje wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de nieuw aangebrachte bestrating oordeelt de rechtbank dat deze zonder toestemming van eiser deels op zijn perceel is aangebracht, wat onrechtmatig is. Het beroep van gedaagde op artikel 5:54 BW Pro en misbruik van bevoegdheid wordt verworpen. De rechtbank beveelt gedaagde om binnen drie maanden de bestrating en afvoergoot te verwijderen en de oorspronkelijke bestrating te herstellen. Tevens wordt gedaagde verboden motorvoertuigen te parkeren op het perceel van eiser. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering van schutting en tuinhuisje afgewezen wegens verjaring, maar nieuw aangebrachte bestrating moet worden verwijderd en parkeerverbod wordt opgelegd.