ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4896
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Boer
- Van Belzen
- Van de Kar
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis
Jermaine W. werd in het kader van de Hofstadgroep ten onrechte in verzekering gesteld en in voorlopige hechtenis genomen van 10 november 2004 tot 4 mei 2005, een periode van 174 nachten. Na zijn vrijspraak op 10 maart 2006 verzocht hij op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering om een schadevergoeding voor de geleden immateriële en materiële schade.
De rechtbank behandelde het verzoek op 10 oktober 2006 en oordeelde dat alleen schade direct verband houdend met de ten onrechte ondergane hechtenis in aanmerking komt voor vergoeding. Hoewel een groot deel van de immateriële schade werd toegeschreven aan de vervolging en publieke aandacht, werd erkend dat de detentie zwaarder woog vanwege de aard van de beschuldiging en landelijke bekendheid.
De rechtbank kende daarom een forfaitaire vergoeding toe van €250 per dag voor de periode in verzekering en beperkingen en €200 per dag voor de voorlopige hechtenis, wat neerkwam op €37.350. Daarnaast werd een materiële schadevergoeding van €3.627,80 toegekend, bestaande uit gederfde inkomsten minus bespaarde kosten van levensonderhoud. Andere gevorderde kosten werden afgewezen wegens onvoldoende rechtstreeks verband met de hechtenis.
In totaal werd een bedrag van €40.977,80 toegekend als billijke vergoeding ten laste van de Staat, waarmee het verzoek deels werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €40.977,80 toe aan verzoeker wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis.