ECLI:NL:RBROT:2006:AZ2988
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding niet volledig vastgesteld
Eiseres is door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de terugvordering van algemene bijstand die aan haar echtgenoot [X] is verstrekt over de periode 1 mei 1994 tot en met 31 mei 2004. Het bedrag betrof oorspronkelijk €115.014,54, later aangepast tot €81.212,72 na gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiseres en [X] een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen bepalend is voor de hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 59 WWB Pro. De rechtbank nam aan dat sprake was van gezamenlijke huishouding in de periodes 1 juli 1997 tot 1 september 2000 en 1 december 2003 tot 31 mei 2004, maar oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat zij dit ook waren tussen 1 september 2000 en 1 december 2003.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werden de proceskosten van €644,-- aan eiseres toegekend. De rechtbank zag geen aanleiding tot schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing door eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.