ECLI:NL:RBROT:2006:AY9608
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling waarborgsom en geschil over bewoning kamer door vriendin huurder
Eiser huurde een kamer van gedaagde en betaalde bij aanvang een waarborgsom van €375. Na beëindiging van de huurovereenkomst weigerde gedaagde deze borgsom terug te betalen. Gedaagde stelde dat eiser zijn vriendin vijf maanden in de kamer had laten wonen, wat volgens de huurovereenkomst verboden was, en vorderde schadevergoeding via verrekening.
De rechtbank stelde vast dat de borgsom niet was terugbetaald en dat eiser recht had op terugbetaling. Gedaagde mocht verrekenen mits zijn tegenvordering eenvoudig vast te stellen was. Omdat eiser de stellingen betwistte en gedaagde geen wettig bewijs leverde van de overtreding en de omvang van de schade, wees de rechtbank de vordering van eiser toe en liet de schadevordering nader onderzoeken.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van €441,94 plus wettelijke rente en kosten. Voor de reconventie bepaalde de rechtbank dat gedaagde bewijs mag leveren van de vermeende overtreding en schade, waarna verdere beslissing wordt aangehouden. De zaak werd verwezen naar een zitting voor bewijslevering.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €441,94 plus wettelijke rente en kosten, reconventie wordt aangehouden voor bewijslevering.