ECLI:NL:RBROT:2006:AY9231
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Vordering werknemer op bonus en voortzetting arbeidsovereenkomst na integriteitsgeschil
De werknemer trad op 1 mei 2005 in dienst bij MeesPierson als relatiemanager met een arbeidsovereenkomst die onder meer een bonusregeling bevatte. Na een integriteitsverklaring van de vorige werkgever ABN AMRO die niet werd afgegeven vanwege een negatieve beoordeling over het persoonlijk functioneren, werd de arbeidsovereenkomst door MeesPierson op 2 augustus 2005 beëindigd onder beroep op een ontbindende voorwaarde.
De werknemer stelde dat de ontbindende voorwaarde niet rechtsgeldig was ingeroepen omdat hij niet was gehoord en de inhoud van de weigering niet betrof integriteit in de zin van de integriteitscode, maar een beoordeling van zijn persoonlijk functioneren. De rechtbank oordeelde dat de ontbindende voorwaarde niet kon worden ingeroepen zonder hoor en wederhoor en dat de inhoud van de fax van ABN AMRO geen reden gaf om aan de professionele integriteit van de werknemer te twijfelen.
Daarnaast betwistte de werknemer het verval van zijn bonusrechten bij uitdiensttreding, omdat hij niet bekend was met de bonusregeling waarop MeesPierson zich beroept en de arbeidsovereenkomst een gegarandeerd bonuspercentage van 30% vermeldde. De rechtbank stelde vast dat MeesPierson onvoldoende bewijs had geleverd voor de toepasselijkheid van de bonusregeling en veroordeelde MeesPierson tot betaling van de bonus en overige vorderingen.
De uitspraak bevestigt dat een ontbindende voorwaarde niet eenzijdig en zonder behoorlijke procedure kan worden ingeroepen en dat bonusrechten niet vervallen als dit niet uitdrukkelijk en voldoende onderbouwd is overeengekomen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst loopt door tot 1 december 2005 en MeesPierson moet de bonus en vakantiegeldvergoeding aan de werknemer betalen.