ECLI:NL:RBROT:2006:AY7864
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Geschil over ondeugdelijke verbouwing en ingebrekestelling bij juwelierszaak
De zaak betreft een geschil tussen [X], exploitant van een juwelierszaak, en Coy c.s. over verbouwingswerkzaamheden aan een bedrijfspand. Partijen sloten in 2003 twee overeenkomsten voor verbouwing en levering van materialen, waarbij Coy c.s. de werkzaamheden uitvoerde. [X] was ontevreden over de kwaliteit en stelde dat Coy c.s. tekortgeschoten is, onder meer door ondeugdelijk werk en niet uitgevoerde werkzaamheden.
[Coy c.s.] stelde dat zij de werkzaamheden deugdelijk had verricht en dat geen sprake was van verzuim omdat geen ingebrekestelling had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat het enkele verstrijken van een niet concreet overeengekomen termijn onvoldoende is voor verzuim en dat de mededeling van Coy c.s. over voltooiing geen ingebrekestelling vervangt.
De rechtbank stelde vast dat het noodzakelijk is om eerst de precieze omvang van de overeengekomen werkzaamheden vast te stellen, omdat partijen hierover van mening verschillen. Coy c.s. krijgt gelegenheid om zich hierover uit te laten, waarna [X] kan reageren. Pas daarna zal de rechtbank beslissen over de deugdelijkheid van de prestaties en eventuele schadevergoeding.
In reconventie vordert Coy c.s. schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging, maar zij heeft onvoldoende feiten gesteld om dit aannemelijk te maken, zodat deze vordering zal worden afgewezen. De rechtbank verwees de zaak naar de rol voor nadere conclusies en hield de beslissing in reconventie aan.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van verzuim zonder ingebrekestelling en verwijst de zaak voor nadere bewijslevering over de omvang en deugdelijkheid van de werkzaamheden.