ECLI:NL:RBROT:2006:AY6273
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunningverlening T-DAB frequentieruimte aan NOS en commerciële omroepen
De Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio en andere commerciële omroepen stelden beroep in tegen de vergunningverlening door de Minister van Economische Zaken aan de NOS voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van Terrestrial Digital Audio Broadcasting (T-DAB). De commerciële omroepen voerden aan dat het voorrangsrecht van de publieke omroep onrechtmatig was en leidde tot concurrentievervalsing en ondoelmatig gebruik van frequentieruimte.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaren tegen het voorrangsrecht voor de hoofdtaak van de NOS ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard en vernietigde dat deel van het besluit. Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de vergunningverlening aan de NOS in overeenstemming was met het nationale frequentieplan en de Telecommunicatiewet, en dat het voorrangsrecht voor de publieke omroep een imperatief karakter heeft.
Verder concludeerde de rechtbank dat het om niet verlenen van de vergunning aan de NOS geen verboden staatssteun vormt volgens artikel 87 van Pro het EG-verdrag, mede omdat T-DAB momenteel geen winstgevende activiteit is en de NOS een voortrekkersrol vervult. Ook werd geoordeeld dat de vergunningverlening niet in strijd is met de Machtigingsrichtlijn en dat verweerder niet in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank wees het beroep voor het overige af, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het vonnis in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit.
Uitkomst: De vergunningverlening aan de NOS voor T-DAB frequentieruimte is rechtmatig en geen verboden staatssteun; het beroep van commerciële omroepen wordt grotendeels afgewezen.