ECLI:NL:RBROT:2006:AY6243
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Pauw Gerlings-Döhrn
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring inleidende dagvaarding wegens onjuist adres en vernietiging verstekvonnis
In deze civiele procedure stond de geldigheid van een inleidende dagvaarding centraal, die op 11 maart 2005 aan een onjuist adres was uitgebracht. De woning waar de dagvaarding werd achtergelaten was reeds verkocht en de opposante woonde er niet meer. De rechtbank constateerde dat de procureur van de geopposeerde geen uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie had opgevraagd om het juiste adres te achterhalen.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank de inleidende dagvaarding nietig en vernietigde het eerder gewezen verstekvonnis van 20 april 2005 en het rectificatievonnis van 27 juli 2005. De opposante werd ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen het verstekvonnis.
Daarnaast werd de geopposeerde veroordeeld in de kosten van zowel de verstekprocedure als de verzetprocedure, waarbij de kosten aan de zijde van de opposante werden begroot op respectievelijk €658,60 en €1097,60. Het vonnis werd uitgesproken ter openbare terechtzitting door rechter De Pauw Gerlings-Döhrn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig en vernietigt het verstekvonnis, met veroordeling van de geopposeerde in de proceskosten.