ECLI:NL:RBROT:2006:AY4942
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.C.J. Peeck
- P.G.J. van den Berg
- A.W. Schep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en hoogte waterschapsaanslagen 2001-2005 na herpoldering
Eiser, eigenaar van een woning in Rotterdam, maakte bezwaar tegen waterschapsaanslagen van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard over de jaren 2001 tot en met 2005. De aanslagen betroffen een verhoging van de waterschapsomslag vanwege de herpoldering en taakverschuiving van waterbeheer.
De rechtbank stelt vast dat de aanslagen zijn berekend op basis van de WOZ-waarde van de onroerende zaak en conform de geldende verordeningen zijn opgelegd. De vermeende willekeur en onredelijkheid van de tariefstelling worden verworpen, mede omdat de stijging het gevolg is van de overname van waterkwantiteitstaken en een fusie van waterschappen.
Voorts is geen sprake van dubbele heffing, aangezien het Hoogheemraadschap gerechtigd is kosten door te berekenen en de aanslagen van de gemeente Rotterdam niet zijn verlaagd, maar ook geen kosten voor waterkwantiteitstaken bevatten. Het beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel wordt eveneens afgewezen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst de vordering af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de waterschapsaanslagen 2001-2005 wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.