ECLI:NL:RBROT:2006:AX8995
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Verweij
- P. van Zwieten
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over toepassing Schattingsbesluit 2004 bij vaststelling WAO-uitkering
Eiser, arbeidsongeschikt verklaard wegens mentale overbelasting, kreeg zijn WAO-uitkering verlaagd van 65-80% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank beoordeelde het medische onderzoek en de arbeidskundige duiding van functies, waarbij eiser betoogde dat rugklachten onvoldoende waren meegewogen en dat functies met een grotere urenomvang dan zijn maatmanfunctie ten onrechte waren gehanteerd.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de rugklachten onvoldoende aanleiding gaven voor extra beperkingen. Wel stelde de rechtbank vast dat de toepassing van artikel 9, aanhef en onder b, eerste volzin, van het Schattingsbesluit 2004, voor voltijdswerkers niet strookt met het verbod van willekeur en derhalve buiten toepassing moet blijven. Hierdoor was het onredelijk om functies met een grotere urenomvang dan de maatmanfunctie te hanteren.
De rechtbank verving de functie van vleeswarenmaker door een andere passende functie en paste een reductiefactor toe, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 66%, passend bij de oorspronkelijke klasse 65-80%. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen, zodat de uitkering ongewijzigd bleef. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering en handhaaft de oorspronkelijke uitkeringsklasse van 65% tot 80%.