ECLI:NL:RBROT:2006:AX8962
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Verzoekster, een schoonmaakbedrijf dat personeel aan hotels levert, kreeg een boete van in totaal €36.500 opgelegd wegens het laten werken van vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. Dit volgde op inspecties en administratieve onderzoeken in juni en juli 2005 waarbij meerdere vreemdelingen zonder vergunning werden aangetroffen.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat de boete en de verplichting tot betaling een ernstig gevaar voor de continuïteit van haar onderneming vormden en dat de boete onterecht was omdat zij in de veronderstelling verkeerde legale werknemers in dienst te hebben.
De voorzieningenrechter overwoog dat een financieel belang op zichzelf niet voldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Uit de overgelegde stukken bleek onvoldoende dat de continuïteit van de onderneming daadwerkelijk bedreigd werd. Ook was niet aannemelijk dat het bestreden besluit zonder verder onderzoek onhoudbaar zou zijn.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding tot het passeren van het ontbreken van spoedeisend belang en verwachtte dat het besluit in de bezwaarprocedure in stand zal blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boeteoplegging wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.