ECLI:NL:RBROT:2006:AX6798
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C.C. Hes
- Rechtspraak.nl
Betaling en/of-girorekening en doorlopend krediet na echtscheiding
De zaak betreft een vordering van Postbank tegen twee ex-echtgenoten, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], voor betaling van een negatieve saldo op een en/of-girorekening, een doorlopend krediet en een creditcardkrediet. De ex-echtgenoten waren in gemeenschap van goederen gehuwd en gescheiden in 2004.
Postbank vordert betaling van het negatieve saldo op de en/of-girorekening, vermeerderd met rente en incassokosten, alsmede betaling van het doorlopend krediet en creditcardschuld, eveneens vermeerderd met rente. [Gedaagde sub 1] betwist onder meer de hoogte van de rente, de incassokosten en stelt dat hij de kredietovereenkomst niet heeft ondertekend, terwijl [gedaagde sub 2] niet is verschenen en verstek is verleend.
De rechtbank oordeelt dat de hoofdsom van het negatieve saldo op de en/of-rekening toewijsbaar is jegens beide ex-echtgenoten, ook al voerde [gedaagde sub 1] dat hij geen bemoeienis had met de financiën. De gevorderde debetrente van 19,2% wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing; in plaats daarvan wordt de wettelijke rente toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen jegens [gedaagde sub 1] maar toegewezen jegens [gedaagde sub 2].
Ten aanzien van het doorlopend krediet is de vordering toewijsbaar jegens [gedaagde sub 2], maar afgewezen jegens [gedaagde sub 1] vanwege onvoldoende bewijs dat hij de overeenkomst heeft ondertekend. De creditcardvordering wordt toegewezen jegens [gedaagde sub 2]. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ex-echtgenoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het negatieve saldo en creditcardschuld, terwijl de vordering op het doorlopend krediet jegens één ex-echtgenoot wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.