ECLI:NL:RBROT:2006:AX2741
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde wegens onvoldoende motivering
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en maakte bezwaar tegen het primaire besluit van de gemeente. De gemeente had de waarde vastgesteld op €581.000,- en deze later bij uitspraak op bezwaar verlaagd naar €535.000,-. Eiser stelde dat de vergelijkingsobjecten die de gemeente gebruikte niet vergelijkbaar waren vanwege verschillen in ligging, bouwjaar en aantal verdiepingen.
De rechtbank constateerde dat het taxatieverslag, dat bij het primaire besluit werd toegezonden, niet alle relevante gegevens bevatte, zoals ligging en aantal verdiepingen van de vergelijkingsobjecten. De gemeente had geen taxatierapport verstrekt in de bezwaarprocedure, wat de toetsbaarheid van de waarde vaststelling bemoeilijkte. De bestreden uitspraak op bezwaar was genomen voordat het taxatierapport van 23 augustus 2005 beschikbaar was, waardoor de motivering onvoldoende was en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Hamaker op 30 maart 2006.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.