ECLI:NL:RBROT:2006:AX1354
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schade en causaliteit na aanrijding met acceleratieletsel
In deze zaak staat de vaststelling van schade voortvloeiende uit een aanrijding op 20 september 1982 centraal. Eiseres lijdt aan diverse klachten zoals hoofdpijn, nekpijn en concentratieproblemen, die volgens medische rapporten en het arrest van het hof het gevolg zijn van het ongeval. De rechtbank heeft eerder een tussenvonnis gewezen waarin werd gesteld dat klachten zonder rechtens te erkennen beperkingen onvoldoende zijn voor schadevergoeding, maar het hof vernietigde dit en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling van de causaliteit en schade.
Diverse medische rapporten uit de jaren tachtig bevestigen de aanwezigheid van klachten en beperkingen, waaronder concentratieproblemen bij bepaalde houdingen en arbeidsbeperkingen. Deskundigen rapporteren een blijvende invaliditeit van minder dan 15%, met aanpassingen op de werkplek. De rechtbank acht het aannemelijk dat de klachten reëel zijn en dat de carrière van eiseres negatief is beïnvloed door de gevolgen van het ongeval.
De arbeidsdeskundige analyse toont aan dat eiseres haar werkuren heeft moeten verminderen vanwege gezondheidsproblemen, wat haar carrièrekansen heeft beperkt. De rechtbank benadrukt het belang van volledige medische informatieverstrekking door eiseres aan de medisch adviseur van Erasmus om een eerlijk proces mogelijk te maken. Een comparitie van partijen wordt gelast om onder meer een regeling in der minne te beproeven en de verdere procesgang te bepalen.
Uitkomst: De rechtbank gelast een comparitie om schikking en verdere procesgang te bespreken en houdt verdere beslissing aan.