ECLI:NL:RBROT:2006:AW5604
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- E.F.C. Francken
- T.B. Trotman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering rijksbijdrage wegens onduidelijke bekostigingsregels buitenlandse studenten
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Stichting Hogeschool Rotterdam tegen een besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tot terugvordering van € 692.652,- vanwege vermeende onregelmatigheden bij de bekostiging van buitenlandse studenten (DEMI- en Zwerver-studenten) over de jaren 2000-2003.
De zaak betrof de vraag of de terugvordering op grond van artikel 4:49 Awb Pro gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris reeds bekend was met de relevante feiten en omstandigheden vóór de subsidievaststelling, zodat wijziging op grond van artikel 4:49 lid 1 sub a Awb Pro niet mogelijk was. Ook was de regelgeving omtrent de bekostiging van deze studenten onduidelijk, waardoor eiseres niet kon worden verweten dat zij wist of behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was (artikel 4:49 lid 1 sub b Awb Pro).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt de noodzaak van duidelijke regelgeving en redelijke verwachtingen ten aanzien van bekostigingsregels in het hoger onderwijs.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van € 692.652,- wordt vernietigd.