ECLI:NL:RBROT:2006:AW4868
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- S.J. van Klaveren
- A.M. Zwaneveld
- V.M. de Winkel
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen onthouding kennisneming processtukken ongegrond verklaard
De rechtbank Rotterdam behandelde op 3 april 2006 het bezwaarschrift van verdachte tegen de onthouding van kennisneming van processtukken in zijn strafzaak. De dagvaarding was omstreeks 22 februari 2006 betekend, met mededeling dat de officier van justitie schorsing van het onderzoek ter terechtzitting zou vorderen. Na de pro forma zitting op 7 maart 2006 werd het onderzoek voortgezet vanwege een nieuwe wending en noodzaak tot nader onderzoek.
De verdediging maakte ter terechtzitting geen bezwaar tegen het onthouden van bepaalde stukken, maar diende op 9 maart 2006 een bezwaarschrift in. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift ontvankelijk was, omdat de termijn van veertien dagen na mededeling niet was overschreden. Vervolgens werd overwogen dat op grond van artikel 33 Wetboek Pro van Strafvordering en jurisprudentie het mogelijk is om kennisneming van processtukken te onthouden bij voortzetting van het vooronderzoek na dagvaarding en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting.
De rechtbank volgde de officier van justitie en de eerdere rechtspraak dat ook bij voortzetting van het voorbereidend onderzoek onder leiding van de officier van justitie na schorsing van het onderzoek ter terechtzitting kennisneming van stukken aan de verdediging kan worden onthouden. Gezien de ernst van het feit en de aard van het onderzoek werd de beslissing van de officier van justitie niet onjuist geacht. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van verdachte tegen de onthouding van kennisneming van processtukken is ongegrond verklaard.