ECLI:NL:RBROT:2006:AV8552
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Ontslag werknemer na sluiting Nederlandse vestiging niet kennelijk onredelijk
Een werknemer bij de Nederlandse dochtermaatschappij van een Deense olietankerrederij verliest zijn baan doordat de Nederlandse vestiging wordt gesloten. De werknemer weigert een aanbod om in Denemarken of Frankrijk te gaan werken en vordert een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op grond van artikel 7:681 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de werknemer geen feiten heeft gesteld waaruit blijkt dat hij mocht verwachten dat zijn dienstverband in Nederland permanent zou zijn, noch dat de werkgever die verwachting heeft gewekt. De werknemer heeft wel een nieuw leven in Nederland opgebouwd, maar de onderhandelingen over een nieuwe functie in het buitenland zijn door hem beëindigd vanwege onenigheid over arbeidsvoorwaarden.
De werkgever heeft aan andere werknemers wel vergoedingen toegekend, maar die situaties verschillen wezenlijk van die van de eiser. De rechtbank oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de vordering af. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.