ECLI:NL:RBROT:2006:AV6536
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over schadevergoeding na brand onder gebouwenverzekering
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de schadevergoeding na een brand in een gebouw aan de Middenweg 18 te Leidschendam. Eiser vordert betaling van schadevergoeding en bijkomende kosten van de verzekeraar Amev en Crawford, waarbij de schadevaststellingsovereenkomst en de toepassing van verjaring een belangrijke rol spelen.
De rechtbank stelt vast dat op het moment van de brand een gebouwenverzekering van kracht was met een verzekerd bedrag van fl. 1.310.000,00. Partijen hadden een taxatieovereenkomst gesloten waarbij experts de schade vaststelden. De experts bepaalden de schade op fl. 1.253.874,00, inclusief aftrek voor restantwaarde van het gebouw. Eiser betwist onder meer de toepassing van onderverzekering en weigering van vergoeding van bepaalde deskundigenkosten.
Crawford voert succesvol verjaring aan voor de vordering tegen haar, omdat eiser de verjaring niet rechtsgeldig heeft gestuit. De rechtbank wijst de vordering tegen Crawford af. Voor de vordering tegen Amev wordt een comparitie gelast om nadere toelichting te geven en een mogelijke minnelijke regeling te beproeven. De rechtbank overweegt dat eiser gebonden is aan de schadevaststelling door de experts, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond.
Uitkomst: Vordering tegen Crawford afgewezen wegens verjaring; behandeling vordering tegen Amev aangehouden voor comparitie.