ECLI:NL:RBROT:2006:AV6131
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit weigering WW-uitkering wegens fictieve opzegtermijn
Eiser, werkzaam als beveiligingsemployé, kreeg per 1 januari 2005 een WW-uitkering geheel geweigerd wegens vermeend ontslag op staande voet. De kantonrechter had echter de arbeidsovereenkomst ontbonden met inachtneming van een fictieve opzegtermijn tot 1 februari 2005. Verweerder erkende dat het primaire besluit onjuist was en herzag het besluit, waarbij eiser tot 1 februari 2005 geen recht had op uitkering.
Eiser maakte bezwaar tegen de weigering en verzocht vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure. Dit verzoek werd afgewezen omdat de uitkomst materieel niet was gewijzigd. De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit inhoudelijk onjuist was en dat het bestreden besluit een ander materieel besluit inhoudt, waardoor het primaire besluit herroepen moet worden.
De rechtbank stelt vast dat de onrechtmatigheid aan verweerder te wijten is, omdat deze reeds voorafgaand aan het primaire besluit op de hoogte was van de kantonrechterlijke uitspraak. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de kostenvergoeding betreft, en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het primaire besluit wordt herroepen en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep.