ECLI:NL:RBROT:2006:AV2812
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verlaging koopprijs erfpachtperceel wegens vermeende schending gelijkheidsbeginsel
Eisers waren eigenaar van het recht van erfpacht op een perceel in Rotterdam en kregen van de gemeente een aanbod om het perceel te kopen tegen een koopprijs van €41.502,50. Zij accepteerden dit aanbod onder protest vanwege de hogere prijs vergeleken met andere erfpachters in de buurt. Eisers stelden dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door hen een hogere koopprijs te vragen dan andere erfpachters, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De gemeente voerde aan dat de verschillen in koopprijzen voortvloeiden uit verschillende erfpachtcontracten met uiteenlopende voorwaarden, waarbij de koopprijzen waren gebaseerd op contante waardebepalingen van toekomstige canonverplichtingen volgens verschillende methoden (BNG-variant en BNP-variant). De gemeente stelde dat zij zorgvuldig had gehandeld en dat het beleid marginaal door de rechtbank kon worden getoetst.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente niet onrechtmatig had gehandeld en geen beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden. De verschillen in koopprijzen waren verklaarbaar door de verschillende erfpachtcontracten en er was geen sprake van willekeur of schending van het gelijkheidsbeginsel. Ook de overige aangevoerde bestuursrechtelijke beginselen werden niet geschonden geacht. Omdat eisers het aanbod onder protest hadden geaccepteerd zonder voorbehoud en de eigendom inmiddels was overgegaan, bleef de koopovereenkomst in stand.
De vordering van eisers werd afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventionele vordering van de gemeente behoefde geen bespreking meer.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eisers af en laat de koopovereenkomst in stand.