ECLI:NL:RBROT:2006:AV2809
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg van uitsluitingsclausule ongevallenverzekering bij overlijden door paragliding
De zaak betreft de uitleg van een uitsluitingsclausule in de ongevallenverzekering die ACE European Group Limited aan een KLM-piloot had verstrekt. De piloot overleed tijdens het beoefenen van paragliding, waarna zijn erfgename dekking vorderde onder de verzekering. ACE stelde dat paragliding valt onder de uitsluiting van deelname aan het luchtverkeer, waardoor geen dekking zou bestaan.
De rechtbank analyseerde de polisvoorwaarden en concludeerde dat de uitsluiting van deelname aan het luchtverkeer taalkundig en contextueel beperkt is tot verkeer met luchtschepen en vliegtuigen. Paragliding, dat met een valscherm wordt beoefend, valt daar niet onder. Ook de aanvullende clausule voor vliegrisico's en de specifieke uitsluiting van risicovolle sporten zoals parachutespringen ondersteunen deze uitleg.
Omdat de bewoordingen voor meerdere uitleg vatbaar zijn en de verzekerde niet-professioneel is, geldt de voor de verzekerde gunstigste interpretatie. De rechtbank verklaarde daarom dat het overlijden door paragliding onder de dekking van de ongevallenverzekering valt en veroordeelde ACE tot het vergoeden van de schade en de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt ACE tot dekking van de ongevallenverzekering bij overlijden door paragliding.