ECLI:NL:RBROT:2006:AV2330
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ahsmann
- Rechtspraak.nl
Verjaring en afwijzing vorderingen curatrices tegen Fräser wegens onvoldoende stuiting en bewijs
De curatrice van Reijnders Groothandel vorderde schadevergoeding van Fräser wegens brand en bedrijfsschade. Fräser voerde verjaring aan. De rechtbank overweegt dat de verjaringstermijn van vijf jaar is verstreken sinds de brand in 1993, tenzij deze tijdig is gestuit. De procedure die de curatrice van Reijnders tegen Fräser startte, stuitte slechts de vordering van Reijnders zelf, niet die van Reijnders Groothandel.
De curatrice stelde dat Fräser het verzekeringsnemerschap van Reijnders Groothandel verzweeg, maar de rechtbank vond dat de curatrice al vóór het verstrijken van de verjaringstermijn voldoende aanwijzingen had om actie te ondernemen. Er was geen bewijs dat de curatrice namens Reijnders Groothandel optrad of dat zij de verjaring van diens vordering had gestuit.
Daarnaast kon de curatrice onvoldoende aantonen welk deel van de schade aan welke partij toebehoorde. Zij deed geen nadere bewijslevering ondanks daartoe gestelde verplichtingen. De rechtbank wees daarom de vorderingen van beide curatrices af en veroordeelde hen in de proceskosten van Fräser.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curatrices af wegens verjaring en onvoldoende bewijs en veroordeelt hen in de proceskosten van Fräser.