ECLI:NL:RBROT:2005:AV3490
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken spoedeisend belang
De werkgever heeft een boete van €8.000 opgelegd gekregen wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen. Hiertegen is bezwaar gemaakt dat ongegrond werd verklaard, waarna beroep en een verzoek om voorlopige voorziening werden ingediend.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en een zwaarwegend belang. Verzoekster stelde dat zij de betreffende werknemer niet kende en dat betaling van de boete haar in liquiditeitsproblemen zou brengen. Zij overlegde financiële stukken waaruit bleek dat zij over €12.000 aan liquide middelen beschikte.
De rechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is voor een voorlopige voorziening en dat niet aannemelijk was dat de continuïteit van de onderneming werd bedreigd. Ook werd opgemerkt dat verzoekster geen betalingsregeling had aangevraagd. Het bestreden besluit kon niet zonder nader onderzoek als onhoudbaar worden beschouwd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.