ECLI:NL:RBROT:2005:AV0176
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Brief afkeuring speelgoed ontbeert besluitkarakter volgens rechtbank Rotterdam
De Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) stuurde op 23 november 2005 een brief aan verzoekster waarin werd medegedeeld dat een partij speelgoed gevaar oplevert voor de veiligheid en is afgekeurd voor verhandeling. Tevens werd aangekondigd dat proces-verbaal zal worden ingediend bij de Officier van Justitie wegens overtreding van het Warenwetbesluit speelgoed. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze brief, maar de VWA verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
Verzoekster stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief geen publiekrechtelijke rechtshandeling bevat en daarmee niet het karakter van een besluit heeft. De brief is slechts een standpunt en kennisgeving van het voornemen tot strafrechtelijke vervolging, zonder bestuursrechtelijke bevoegdheid uit te oefenen. Hierdoor zijn er geen bestuursrechtelijke rechten of plichten ontstaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens gebrek aan mandaat en verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van de brief in stand blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Daarnaast werd de VWA veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de mededeling van de VWA geen besluit is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, terwijl het beroep tegen het bestreden besluit gegrond wordt verklaard en het besluit wordt vernietigd.