ECLI:NL:RBROT:2005:AU8546
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot tussentijds hoger beroep inzake plaats van betaling leasetermijnen en bevoegdheidsincident
In deze civiele procedure tussen Fortis Bank (eiseres) en Squire Sanders & Dempsey LLP (SSD) en een gedaagde is een tussenvonnis gewezen over de plaats van betaling van leasetermijnen volgens de leasing agreement. SSD en de gedaagde hebben een akte ingediend waarin zij aangeven niet te beschikken over bepaalde amendments die mogelijk de plaats van betaling wijzigen. Fortis heeft deze amendments overgelegd en stelt dat de plaats van betaling ongewijzigd Amsterdam is.
De rechtbank heeft de zaak verwezen voor nadere uitlating door SSD en de gedaagde over het standpunt van Fortis. Tevens is de beslissing over de bevoegdheid tot kennisname van een op onrechtmatige daad gebaseerde vordering tegen SSD aangehouden.
SSD en de gedaagde hebben verzocht om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen het tussenvonnis, maar Fortis heeft bezwaar gemaakt. De rechtbank overweegt dat de hoofdregel in artikel 337 lid 2 Rv Pro terughoudendheid vereist bij tussentijds hoger beroep en dat in dit geval geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijking rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek afgewezen, met uitzondering van een mogelijk tussentijds hoger beroep tegen een toekomstig tussenvonnis over de bevoegdheid tot kennisname van de vordering.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen over de plaats van betaling.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijds hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.