ECLI:NL:RBROT:2005:AU8247
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Zelm van Eldik
- Van de Laarschot
- Tan
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid publicatie advocaatuitlatingen over rechter en journalistieke zorgvuldigheid
In deze civiele procedure vordert een rechter (eiser) dat wordt vastgesteld dat uitlatingen van een advocaat over zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid onrechtmatig zijn en dat de publicatie daarvan door een journalist en uitgever eveneens onrechtmatig is. De advocaat had in een boek kritiek geuit op de rechterlijke macht en specifiek op eiser, waarbij werd gesuggereerd dat eiser in strijd met de onpartijdigheid telefonisch contact had gehad met advocaten in een zaak.
De rechtbank stelt vast dat de advocaat onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser, tenzij hij kan bewijzen dat zijn uitlatingen feitelijk juist zijn. De advocaat krijgt de gelegenheid bewijs te leveren. De publicatie door de journalist en uitgever wordt echter niet onrechtmatig geacht, omdat zij de uitlatingen als citaat van een bron met gezag hebben weergegeven zonder eigen analyse of oordeel, en zij niet verplicht waren tot hoor en wederhoor.
De rechtbank weegt het maatschappelijk belang van het aan de kaak stellen van mogelijke misstanden in de rechtspraak af tegen de aantasting van de eer en goede naam van de rechter. De ernst van de uitlatingen en het lezerspubliek worden meegewogen. Uiteindelijk wordt de vordering van eiser tegen de journalist en uitgever afgewezen, terwijl de advocaat wordt toegelaten tot bewijslevering. De publicatie wordt verklaard niet onrechtmatig jegens eiser.
Uitkomst: De advocaat wordt toegelaten tot bewijslevering over de juistheid van zijn uitlatingen; de vordering tegen journalist en uitgever wordt afgewezen en publicatie niet onrechtmatig verklaard.