ECLI:NL:RBROT:2005:AU8202
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- M.T. Hoogland
- M.T. Goossens
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 190 lid 2 Sv op verhoor met stemvervorming en verhoorbox
In deze strafzaak heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris die het verhoor van getuigen in een verhoorbox met stemvervorming had afgewezen. De rechtbank Rotterdam heeft beoordeeld of de vordering van de officier van justitie ontvankelijk is en of de gevorderde maatregelen onder artikel 190 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering vallen.
De rechtbank oordeelt dat de maatregelen, waaronder het gebruik van een verhoorbox en stemvervorming, onderdeel zijn van de vordering bedoeld in artikel 190 lid 2 Sv Pro, die tot doel hebben de onthulling van persoonsgegevens te voorkomen en de belangen van bedreigde getuigen te beschermen. De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk zou zijn, maar dit werd verworpen.
De rechtbank weegt het belang van het openbaar ministerie om zorgvuldig om te gaan met bedreigde getuigen en de mogelijkheid om infiltranten te beschermen, tegen het belang van de verdediging om het ondervragingsrecht zo min mogelijk te beperken. Geconcludeerd wordt dat het belang van het openbaar ministerie prevaleert en het verhoor in een verhoorbox met stemvervorming wordt toegestaan.
De beschikking van de rechter-commissaris wordt vernietigd voor zover deze het verhoor in een verhoorbox met stemvervorming afwees, en het hoger beroep wordt gegrond verklaard. Het verhoor van de genoemde getuigen zal derhalve plaatsvinden met toepassing van deze maatregelen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt gegrond verklaard en het verhoor van getuigen vindt plaats in een verhoorbox met stemvervorming.