ECLI:NL:RBROT:2005:AU0355
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Buchner
- Reinds
- Van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen moord, veroordeling voor diefstal in vereniging
De rechtbank Rotterdam sprak verdachte vrij van medeplegen van de moord op twee prostituees, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte een uitvoeringshandeling had verricht en de verklaring van de medeverdachte onvoldoende werd geacht zonder ondersteunend bewijs.
De medeverdachte had consistent verklaard zelf de schutter te zijn, wat werd ondersteund door DNA-sporen op het wapen en een deskundigenrapport dat de verklaringen van de medeverdachte geloofwaardig achtte. Verdachte werd echter wel bewezen verklaard dat hij samen met de medeverdachte een mobiele telefoon van het eerste slachtoffer had gestolen.
De rechtbank verwierp het beroep op psychische overmacht omdat verdachte de diefstal pleegde toen de medeverdachte het vuurwapen al had verstopt en dus geen bedreiging meer vormde. De ernst van het feit en het gebrek aan empathie van verdachte werden meegewogen bij de strafoplegging.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, aangezien aan verdachte geen straf of maatregel was opgelegd voor de moordzaken. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van medeplegen moord, veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor diefstal in vereniging.