ECLI:NL:RBROT:2005:AT8728
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering resterende kosten rechtsbijstand na aanrijdingsschade
Op 5 januari 2003 vond te Delft een aanrijding plaats tussen een voetgangster en een door gedaagde verzekerde auto, waarbij schade ontstond. Gedaagde erkende 50% aansprakelijkheid en betaalde reeds de helft van de schade. Eiseres vorderde vervolgens resterende kosten van rechtsbijstand en buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 6:101 BW Pro de kosten van rechtskundige bijstand als schadepost kunnen worden verdeeld naar mate van aansprakelijkheid. Hoewel billijkheid soms kan vereisen dat kosten integraal worden vergoed, was hiervan geen sprake omdat gedaagde tijdig aansprakelijkheid erkende en geen onredelijke opstelling aannam.
De buitengerechtelijke kosten overstegen de werkelijke schade, maar er waren geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat deze kosten volledig op gedaagde worden verhaald. Daarom werd de vordering afgewezen en eiseres in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De vordering tot betaling van resterende kosten van rechtsbijstand en buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.