ECLI:NL:RBROT:2005:AT8468
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Urbanus
- Van den Berg
- Boer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging invoer cocaïne met voorwaardelijk opzet
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juni 2005 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van poging tot invoer van ongeveer 360 kilogram cocaïne. De cocaïne was verborgen in een container met kokosnoten die vanuit Brazilië via Antwerpen naar Estland zou worden vervoerd. Verdachte had onder meer een trekker en trailers gehuurd om de container op te halen.
Verdachte stelde dat hij niet wist van de cocaïne in de container en dacht alleen kokosnoten te vervoeren. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk gezien de omstandigheden, zoals het feit dat onbekenden zonder nadere controle investeerden in de levering, de omvang van de partij groter was dan verwacht, en de route via Antwerpen extra kosten met zich meebracht die door mededaders werden betaald. De rechtbank concludeerde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat er cocaïne werd vervoerd, wat neerkomt op voorwaardelijk opzet.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar, lager dan de eis van vier jaar, mede omdat verdachte niet de initiatiefnemer was en een vergelijkbare rol had als een medeverdachte die drie jaar kreeg. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die niet eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank beval tevens de gevangenneming van verdachte en hield rekening met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot invoer van cocaïne.