ECLI:NL:RBROT:2005:AT8173
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid huurder voor schade door kraak en te late oplevering bedrijfsruimte
De verhuurster verhuurde vanaf 1996 een bedrijfsruimte aan Zadkine. In de huurovereenkomst was bepaald dat de huurder het gehuurde daadwerkelijk en behoorlijk moest gebruiken. Vanaf 25 juni 2003 gebruikte Zadkine het pand niet meer, waarna het op 8 februari 2004 werd gekraakt. De verhuurster vorderde ontruiming, maar de voorlopige voorzieningenrechter wees dit af. Zadkine ruimde de krakers pas in november 2004 en leverde het pand toen leeg op.
De verhuurster stelde dat Zadkine tekort was geschoten in haar gebruiksverplichting, waardoor het kraakrisico ontstond en zij aansprakelijk is voor de schade, waaronder gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten. Zadkine voerde verweer dat zij het pand gebruikte voor gesprekken en dat de verhuurster de situatie had gedoogd. Ook betwistte zij de hoogte van de kosten en stelde zij dat de boete gematigd moest worden.
De kantonrechter oordeelde dat Zadkine vanaf 25 juni 2003 niet aan haar gebruiksverplichting had voldaan en dat dit een voortdurende verplichting was. De verhuurster kon niet worden verweten geen maatregelen te hebben genomen; de verantwoordelijkheid lag bij Zadkine. De late oplevering na 1 augustus 2004 was onrechtmatig en veroorzaakte schade die gelijk is aan vier huurtermijnen. De verhuurster mocht de kosten van het kort geding en de bodemprocedure verhalen omdat deze noodzakelijk waren om de krakers te verwijderen. De boete wegens te late betaling werd niet gematigd. De verhuurster moest nog de nacalculaties overleggen voor de servicekosten, waarna verdere beslissing zou volgen.
Uitkomst: Huurder is aansprakelijk voor schade en kosten door niet-gebruik en kraak; verhuurster krijgt vergoeding en boete toegewezen, nacalculaties nog te overleggen.