ECLI:NL:RBROT:2005:AT7390
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Klaveren
- De Vreede
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepassing en uitleg van EG-verordening 259/93 inzake overbrenging van samengestelde afvalstoffen
Deze strafzaak betreft de uitleg van de EG-verordening nr. 259/93 (EVOA) over toezicht op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap. Het geschil draait om de vraag of kabelrestanten met een koperen kern en pvc-omhulsel als elektronische restanten onder code GC 020 van de groene lijst vallen, en of samengestelde afvalstoffen die niet expliciet op de lijst staan, maar waarvan de afzonderlijke componenten wel op de lijst voorkomen, zonder kennisgevingsprocedure mogen worden vervoerd.
De zaak betreft een transport van kabelafval vanuit Spanje via Nederland naar China, waarbij het Openbaar Ministerie een restrictieve interpretatie hanteert en stelt dat de kennisgevingsprocedure van artikel 15 EVOA Pro gevolgd had moeten worden omdat China geen OESO-land is en de combinatie niet als groene lijststof geldt. De verdediging betoogt dat de kabelrestanten wel onder GC 020 vallen en dat binnen de EU een combinatie van groene lijststoffen zonder kennisgeving vervoerd kan worden.
De rechtbank constateert dat jurisprudentie onvoldoende duidelijkheid biedt en verwijst naar het Beside-arrest van het Hof van Justitie en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank acht het noodzakelijk om het Hof van Justitie prejudiciële vragen te stellen over de classificatie van kabelrestanten, de status van samengestelde groene lijststoffen en de noodzaak van gescheiden inzameling of vervoer.
De rechtbank schorst het onderzoek en verzoekt het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing, waarna de zaak zal worden voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank schorst het onderzoek en verzoekt het Hof van Justitie prejudiciële vragen te beantwoorden over de classificatie en kennisgevingsplicht van samengestelde afvalstoffen.