ECLI:NL:RBROT:2005:AT7378
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Fiege
- Daalmeijer
- Rechtspraak.nl
Strafzaak over vooroverleg bouwbedrijven en mededingingsrechtelijke overtredingen
De rechtbank Rotterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van oplichting, deelname aan een criminele organisatie en overtredingen van mededingingsrechtelijke bepalingen binnen de bouwsector. De feiten betroffen onder meer verboden vooroverleg tussen bouwbedrijven, vervalsing van bedrijfsadministraties en deelname aan egalisatiefondsen.
De rechtbank oordeelde dat oplichting een aflopend gedragsdelict is, waarbij het delict is voltooid bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst. Feit 2 werd niet ontvankelijk verklaard wegens verjaring. Daarnaast werd het OM niet ontvankelijk verklaard voor mededingingsrechtelijke feiten gepleegd vanaf 1 januari 1998, conform het beleid dat dergelijke feiten bestuursrechtelijk door de NMa worden afgehandeld.
De Bosadministratie, verkregen via een onrechtmatige diefstal, werd met voorzichtigheid als bewijsmiddel gebruikt. Bewijsuitsluiting vond plaats voor een schaduwadministratie die via de parlementaire enquêtecommissie bekend werd. Verdachte werd vrijgesproken van het vervalsen van bedrijfsadministraties (feit 6) en veroordeeld tot een geldboete van €3.500 voor de overige bewezen feiten. De rechtbank nam diverse verzachtende omstandigheden in aanmerking, waaronder het integriteitsbeleid van verdachte en het feit dat het om oude feiten ging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €3.500 wegens medeplegen van oplichting en deelname aan een criminele organisatie, met vrijspraak voor enkele feiten wegens verjaring en beleidslijn mededingingswet.